Wintertelling 2010 en 2011
Even
rechtzetten ... WINTERTELLING 2011
In de pers
zijn dit weekend (13 febr. 2011) berichten verschenen
over de door STORK gehouden wintertelling. SOVON heeft
hierover een persbericht verspreid. In de
publicatie van SOVON is STORK als bron genoemd.
De
schrijvende pers heeft enkele weken geleden nauwelijks
gereageerd op het STORK-persbericht over de
resultaten van de wintertelling. Nu schrijven verschillende kranten en
nieuwssites, dat SOVON de bron zou zijn van de gegevens
en de telling heeft uitgevoerd. STORK wordt niet meer
genoemd.
Dat is jammer, zoals iedereen weet heeft STORK de
telling uitgevoerd met hulp van het publiek en STORK
heeft hierover een publicatie gemaakt. Hieronder staat de originele tekst helemaal
te lezen.
Een positieve uitzondering is TROUW. Op de site van
TROUW stond een keurig kloppend bericht.
Resultaten wintertelling van 8 en
9 januari 2011
Nederland heeft massaal gereageerd op de wintertelling. Ongeveer
350 waarnemers hebben hun waarnemingen van ooievaars aan STORK
doorgegeven.
In de media zijn veel berichten verschenen over de wintertelling. Op
de zaterdagochtend van 8 januari was het zelfs te horen op het
NOS-radiojournaal. Ook andere media, zoals RTL en SBS6 (Hart van
Nederland), hebben het bericht verspreid via hun websites en
teletekst. Radio 3FM heeft erover bericht en op de websites van de
NOS en van het NOS-Jeugdjournaal was een oproep te lezen. Daarnaast
hebben veel landelijke en regionale kranten over de wintertelling in
hun bladen en op hun websites bericht.
Dit heeft allemaal bijgedragen aan een succesvolle telling. We
willen dan ook iedereen die op welke manier dan ook heeft
meegewerkt, heel hartelijk danken! Dankzij u weten we weer iets meer
over overwintering en trekgedrag van ooievaars.
Veel hulp
Veel mensen hebben
gewoon extra op ooievaars gelet, anderen hebben lokaal een telling
georganiseerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de
Vogel- Vleermuis- en Vlinderwerkgroep Noordrand uit Rotterdam en
Vogelwacht de Maasheggen uit Beugen. Dat
levert nauwkeurige informatie op. Verschillende waarnemingen zijn
ondersteund met foto's. Enkele daarvan hebben we in dit artikel
opgenomen.

Overwinteraar in
Boskoop, meerdere keren gemeld
Dubbeltellingen en twijfelgevallen
Bij een telling als
deze loop je natuurlijk het risico van dubbeltellingen. Om dit te
voorkomen hebben we de meldingen uit hetzelfde gebied zorgvuldig met
elkaar vergeleken. Soms werden grote zilverreigers voor
ooievaars aangezien. Begeleidende foto's maakten dat duidelijk. Veel
meldingen werden bevestigd, doordat meerdere mensen op dezelfde tijd
en plaats ooievaars hadden gezien. Vaak was er
maar één melder. Er zijn ongetwijfeld ook ooievaars helemaal niet
gemeld. Ooievaars die buiten het telweekend zijn gemeld, zijn
niet meegeteld in het totaal. We zijn wel blij met deze meldingen.
Ze zeggen iets over hoe de ooievaars zich verplaatsen over het land.
592 ooievaars
In totaal zijn er in het telweekend 592 ooievaars gezien. Dit is
meer dan in 2010, toen werden er 497 gemeld. Dit betekent niet
automatisch dat er meer ooievaars hebben overwinterd.
Door de grote belangstelling van de media hebben meer mensen actief
naar ooievaars uitgekeken. Dat heeft nu mogelijk een nauwkeuriger
aantal opgeleverd dan in 2010. Het aantal kan in 2010 dus hoger
hebben gelegen.
In Friesland is een groep ooievaars gezien met buitenlandse ringen.
Helaas hebben de melders geen kans gezien de ringen af te lezen. Het
is goed mogelijk dat dit ooievaars waren uit Noord-Duitsland of uit
nog oostelijker gelegen gebieden, maar hier is dus geen zekerheid
over. Het is mogelijk, dat het een groep buitenlandse ooievaars is die
in Nederland overwintert. In dat geval is het een aanvulling op het
aantal vogels, dat hier in hun eigen broedgebied overwintert.
Verspreiding over het land
Ooievaarsstations
Enkele concentraties waren te vinden bij de ooievaarsstations in De
Schiphorst (161), in Akmarijp (35) en in Zegveld (19).
In de ruimere omgeving van voormalig ooievaarsstation Gorssel zijn
totaal 35 ooievaars gemeld, in Groot Ammers (voormalig ooievaarsdorp
Het Liesveld) 20 en in de omgeving van ooievaarsstation Rossum 19
exemplaren. Bij de overige (voormalige) ooievaarsstations varieerden
de aantallen van 0 tot 8.
Andere grote groepen
In Den Haag overwintert al jaren een groep ooievaars, tijdens deze
telling bestond die uit maximaal 33 vogels. Bij Lelystad zijn 18
overwinteraars gemeld. Opvallend was de melding van een
rondzwervende groep van 40 bij Zwiggelte in Drenthe en dat geldt ook
voor de melding van een groep van 17 aan de noordkant van Tilburg.
Bij het nest
Veel overwinterende ooievaars zijn in de buurt van hun nest
gebleven. Vaak wordt het nest als slaapplaats gebuikt. Daarnaast
zijn er ooievaars gezien op plekken waar ze anders niet zijn. Het
betreft dan vogels die hun nestplaats wel hebben verlaten en
kennelijk wat rondzwerven op zoek naar voedsel. Meldingen hiervan
kwamen onder andere uit Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Limburg.
Redenen om niet op trek te gaan
Er wordt veel gezegd en geschreven over de redenen waarom ooievaars
niet op trek gaan. Vaak wordt gesteld dat ooievaars op trek moéten
gaan, maar is dat wel zo?
Van alle leeftijden
Soms wordt verondersteld dat het juist de oudere vogels zijn die
overwinteren, vogels die ooit uit gevangenschap zijn vrijgelaten.
Dit blijkt niet het geval te zijn. Er zijn nog maar weinig ooievaars
in leven die uit kooien zijn vrijgelaten. Uit ringaflezingen blijkt
dat de groep overwinterende ooievaars bestaat uit vogels van alle
leeftijden. Je zou kunnen zeggen dat er binnen iedere leeftijdsgroep
vogels zijn die op trek gaan en vogels die blijven.
Amstelpark, Amstelveen
Klimaat en risicospreiding
Ooievaars uit de binnenlanden van Oost-Europa hebben geen keus. De
winters zijn zo extreem dat op trek gaan de enige manier van
overleven is. In Nederland is het klimaat veel milder. Vaak zijn de
winters zo zacht, dat het heel goed mogelijk is om de winter te
overleven. Mogelijk kiezen ooievaars daarom voor overwintering in
Nederland.
Op trek gaan is risicovol, maar niet op trek gaan kan ook gevaarlijk zijn,
als koude winters lang aanhouden. Wanneer binnen een soort een
deel van de populatie wel op trek gaat en een deel niet, dan zou je
het kunnen zien als risicospreiding. Wellicht is dit op ooievaars
van toepassing.

Voorburg
Effect van bijvoeren
Als de winter streng is en de ooievaars zijn gebleven, dan ligt het
voor de hand dat mensen gaan bijvoeren. Daar is niets op tegen, zou
je zeggen, hetzelfde wordt immers gedaan met
vogels in de tuin. Wie hangt er niet een vetbolletje op?
Toch kan er bij ooievaars een probleem ontstaan. Jonge ooievaars
gaan normaalgesproken allemaal op trek. Er zijn af en toe achterblijvers. Soms is het verklaarbaar, het zijn bijvoorbeeld hele
late jongen die, toen ze eigenlijk weg moesten, lichamelijk nog niet
zover waren.
Vaak is de oorzaak het bijvoeren. Wanneer royaal wordt bijgevoerd in
de tijd dat de jongen op trek moeten (vanaf begin augustus), ervaren
ze geen dreigende voedselschaarste. De drang om daadwerkelijk op
trek te gaan is te gering. Het gevolg kan zijn, dat ooievaars
blijven en afhankelijk worden van mensen, terwijl dat niet
nodig was geweest. Ook tijdens deze wintertelling zijn er
afhankelijke overwinterende ooievaarsgezinnen gemeld.
Bij de (voormalige) ooievaarsstations wordt hier rekening mee
gehouden. Er blijven daar dan ook maar zelden jonge ooievaars
achter.
Zwart-wit
Het hele verhaal rondom trek is dus lang niet zo zwart-wit als de
ooievaar zelf. Vogelgedrag kan veranderen, het past zich aan
veranderende omstandigheden aan. Futen overleven tegenwoordig prima
in de stad en in Nederland zie je de laatste jaren opeens overal
grote zilverreigers. Dat is vanuit de vogelsoort gezien natuurlijk
gedrag. Als ooievaars in Nederland overwinteren, omdat
veranderende omstandigheden dat toelaten, dan is dat voor de vogels
zelf natuurlijk gedrag. Oorzaken
van deze gedragsverandering zijn wellicht zo groot, dat wij ze niet kunnen bevatten.
Het reikt verder dan de vraag of je nu wel of niet moet bijvoeren. Denk
hierbij aan
klimaatverandering door opwarming van de aarde.
De stelling dat álle ooievaars op trek móéten gaan, is
dus te zwart-wit. We
streven naar een ooievaarspopulatie die
zich natuurlijk gedraagt en op een natuurlijke manier reageert op
veranderende omstandigheden.
Kortenhoef
[terug naar boven]
|
Informatie over
de wintertelling van januari 2011
Iedere winter proberen we een
beeld te krijgen van de ooievaars die overwinteren. Daarom organiseren we in de
wintertijd een telling. We vragen dan zoveel mogelijk mensen om hun waarnemingen
van ooievaars aan ons door te geven. De wintertelling van 2011 wordt gehouden in
het weekend van 8 en 9 januari. Vooral plaats en aantal ooievaars zijn
belangrijk. Daarnaast zijn we altijd erg blij met ringaflezingen. Zo komen we te
weten welke ooievaars ervoor kiezen om de winter in Nederland door te brengen. U
kunt uiteraard ook meldingen sturen van overwinterende ooievaars buiten dit
weekend, maar omdat we dubbeltellingen willen voorkomen,
vragen we u om in ieder geval in het genoemde weekend te tellen.
|
Al meer
dan 40 jaar worden ooievaars geteld en ooievaarsgegevens
verzameld. Om dit te kunnen voort-zetten is geld nodig.
Wilt u STORK helpen? Kijk dan op de
sponsorpagina.
De
ooievaars
zijn u dankbaar ! |

De feiten op een rij:
- Telweekend:
8 en 9 januari 2011
- Belangrijk:
het aantal waargenomen ooievaars en
een zo nauwkeurig mogelijke locatieaanduiding
- Indien mogelijk:
ringnummers van de overwinterende ooievaars
U kunt uw gegevens opsturen naar:
XXX@XXX.XX
(niet meer beschikbaar)
Dit e-mailadres is beschikbaar tot
1 februari
2011
Als de telresultaten bekend zijn,
dan kunt u ze op deze bladzijde lezen.
Alvast onze hartelijke dank voor
uw medewerking!
[terug naar boven]
Ongeveer 500
overwinterende ooievaars in januari 2010
Om te beginnen willen we alle melders
heel hartelijk bedanken. De belangstelling voor de telling was groot en veel
mensen hebben erg enthousiast gereageerd.
In
totaal zijn 497 verschillende ooievaars gemeld. Het is natuurlijk
mogelijk dat er nog een enkele ooievaar niet is gezien of gemeld, maar tot
grote verschillen zal dat niet leiden. Sommige melders hebben expliciet gemeld
dat hun ooievaars er niet waren. Ook dat is belangrijke informatie.
De
grootste concentraties ooievaars waren te vinden bij het ooievaarsstation De
Graverij in Akmarijp (60), bij ooievaarsstation De Lokkerij in De Schiphorst
(169) en in Den Haag (39).
Verder zijn er kleinere groepen gemeld bij (voormalige) ooievaarsstations in
Haastrecht, Alphen aan den Rijn, Zegveld, Rossum, Gorssel, Eernewoude
en Spanga.
Sommige ooievaars overwinteren op en bij hun nest. Meldingen hiervan kwamen uit
het hele land, van Peize in Drenthe tot Sluis in het Zeeland.
Ook ooievaars die zomaar ergens langs de weg of in het land liepen, ontkwamen
niet aan het oplettende oog van passanten. We hebben hier te weinig ruimte om
alle plekken apart te noemen.
Van de 497 overwinterende
ooievaars is van 153 de ring afgelezen (31 %). Er waren veel meer
geringde ooievaars, maar daarvan hebben de melders geen kans gezien de ringen af
te lezen. De meeste ooievaars zijn afgelezen bij ooievaarstation De Lokkerij,
ooievaarsstation Herwijnen en in Den Haag.
In totaal zijn er slechts drie eerstejaars
jongen gemeld. Eén van deze drie is na het uitvliegen in Rotterdam gewond
geraakt in het verkeer. Na revalidatie is het dier in november vrijgelaten, maar
toen was het al te laat om nog op trek te gaan. Inmiddels is
bekend dat deze ooievaar niet meer leeft. De precieze oorzaak is
niet bekend.
Uit de afgelezen ringen blijkt, dat de overwinterende
populatie bestaat uit vogels met een leeftijd van 3 tot meer dan 25 jaar, met
een gelijkmatige spreiding over alle leeftijden. Het beeld dat geschetst wordt in onderstaand deel
over 'Overwinterende ooievaars in Nederland'
is weer bevestigd. Verder blijkt uit deze wintertelling dat 35 % van de
broedvogels overwintert in Nederland. In
2006 was dit nog 40 %.
[terug naar boven]
Wintertelling januari 2010, de eerste resultaten

Veel mensen uit het hele land
hebben gereageerd! Er zijn groepjes ooievaars gemeld van maximaal drie vogels,
maar er zijn ook al meldingen van groepen van meer dan dertig ooievaars.
Opvallend is dat de meeste ooievaars worden gemeld in de provincie Zuid-Holland.
Het is nog niet duidelijk waarom. We weten dat er ook ooievaars in het noorden
van het land verblijven, in de buurt van ooievaarsstations. Gelukkig zijn
er ook veel ringen afgelezen. We gaan de gegevens verwerken en zullen daarna op
deze plaats de resultaten laten zien en toelichten.
Opvallende berichten
Een bijzonder bericht bereikte ons
vanuit Zuid-Afrika. Daar overwinteren ook witte ooievaars, maar dit gaat niet om
Nederlandse ooievaars. Het zijn ooievaars die de oostelijke trekroute volgen,
ooievaars die hun broedgebied hebben in Duitsland, Polen, de Balkanlanden enz.
Lees hier meer over in het stukje
'Overwinterende ooievaars in Nederland'.
Overigens is de wintertelling in Zuid-Afrika eigenlijk een zomertelling. Erg
leuk om te merken, dat de vraag om uit te kijken naar overwinterende
ooievaars Zuid-Afrika heeft bereikt!
Een andere opvallende melding kwam
uit Ameland. Daar is vrijdag 8 januari een verkleumde en verzwakte ooievaar
opgevangen. Het dier is voor revalidatie overgebracht naar de Fûgelpits in
Anjum.
[terug naar boven]
Overwinterende ooievaars in Nederland
Sinds 2001 tellen we in de winter overwinterende ooievaars. Meestal gebeurt dit in een koud
weekend in de periode eind december-begin januari. Dat doen we natuurlijk niet alleen. In het
hele land helpen vele ooievaars- en vogelliefhebbers mee en worden er ringen
afgelezen. Dit levert weer interessante informatie op over de overwinterende
ooievaars.
Vaak wordt
gevraagd: is dat normaal, overwinterende ooievaars in Nederland?
Natuurlijk
leren de vogelboeken ons, dat ooievaars trekvogels zijn en in de
winter in Afrika horen te zijn. We kunnen dit wel een beetje
nuanceren. In het algemeen gaan Nederlandse ooievaars op trek.
Overwinteringsgebieden liggen in Zuid-Europa en West-Afrika. Dit
weten we dankzij terugmeldingen van geringde ooievaars.
Nederlandse ooievaars volgen dus de westelijke trekroute.
Oost-Europese ooievaars volgen de oostelijk trekroute, via de
Bosporus tot Oost- en zelfs Zuid-Afrika. Er is ook nog een
kleine trekroute via Italië. Er is ook een overwinterende populatie in ons land. Ooievaars zijn namelijk
behoorlijk opportunistisch. Ze zullen gebruik maken van makkelijk te vinden
voedsel, bijvoorbeeld bij particulieren, in dierentuinen en bij
ooievaarsstations. In zachte winters kunnen ooievaars zelf redelijk gemakkelijk
voedsel bemachtigen. Er zijn
ooievaars die in de zomer gebruik maken van plekken waar wordt
bijgevoerd en toch op trek gaan. Er zijn er ook die in de
broedperiode onafhankelijk zijn van bijvoeren en vervolgens in
Nederland overwinteren. Er zijn zelfs ooievaars die het ene jaar
wel op trek gaan en het andere jaar niet. Waar ooievaars de
′keus′ op baseren om wel of niet op trek te gaan, is niet
bekend. Het heeft ongetwijfeld iets met het voedselaanbod te
maken, maar er zijn ook andere factoren in het spel.
Sinds
het begin van de wintertellingen ligt het aantal getelde overwinterende
ooievaars steeds tussen de 450 en 500. (Het werkelijke aantal kan iets hoger
liggen, omdat niet alle vogels worden gezien.) Het aantal broedparen neemt
echter jaarlijks toe. In 2010 kwam het aantal broedparen boven de
700 (=ruim 1400 individuen). Daarnaast zijn er ook ooievaars die
in het voorafgaande jaar niet hebben gebroed, waardoor het aantal
ooievaars in de zomer nog iets hoger ligt.
Het is zinvol
om onderscheid te maken tussen broedvogels en jongen. Er is
namelijk een groot verschil in het trekgedrag. In
percentages uitgedrukt en gebaseerd op de getallen van 2010:
Van de
broedvogels overwintert ongeveer 35 % in Nederland. Ongeveer
65 % van de broedvogels gaat dus op trek.
Eerstejaars jongen gaan zo goed als allemaal op trek. Dit
is dus vrijwel 100 %. Hoogstens een enkeling blijft achter,
bijna 0 %.
Terugkijkend vanaf de eerste wintertellingen (2001), is er een afname van
overwinterende ooievaars van ruim 50 % van de broedvogels tot 35 %.
[terug naar boven]
|