|
Beleef de Lente 2011
Beleef de Lente 2011 is van start
gegaan. Evenals de vorige jaren heeft Vogelbescherming Nederland weer webcams
geplaatst bij nesten van acht verschillende vogelsoorten. Dit jaar
is de ijsvogel weer present en we zijn heel benieuwd naar de beelden
van de purperreiger.
De camera's staan bij nesten van:
- steenuil
- oehoe
- ooievaar
- boerenzwaluw
- boomklever
- ijsvogel
- purperreiger
- slechtvalk
Klik op de afbeelding hiernaast om direct naar de webcams te gaan.
Bij de ooievaarsbeelden van Beleef de Lente worden de dagelijkse
commentaren verzorgd door STORK. STORK-bestuurslid Arda van der Lee
zal hier samen met Engbert van Oort en Jaap Kwak weer voor zorgen. Het uitzoeken
en bewerken van de filmfragmenten wordt gedaan door Hans Schouten.
Hans heeft dat de vorige jaren ook al gedaan.
We zullen ook dit jaar wekelijks de gebeurtenissen op en rond het nest samenvatten.
Veel plezier met de beelden en met de enthousiaste verhalen!
Ooievaars in Vroege Vogels
Zaterdag 4 juni zijn de jongen van het
BELEEF DE
LENTE-NEST 2011 geringd. Een mooi moment!
Lees verder
bij RINGEN
1E271 en 1E272 en geniet een beetje mee.

VROEGE VOGELS
(tv) heeft op
14 juni
en
21 juni aandacht besteed aan het ringen van jonge ooievaars. Er waren
opnames te zien van het ringen van de jonge ooievaars in de hoogspanningmasten
bij Lelystad en van het ringen van de BDL-jongen.
STORK-bestuurslid Arda
van der Lee was te horen in VROEGE VOGELS (radio) van
8 mei
en
20 maart.
Via de beide links kun u haar gesprek met Menno Bentveld terugluisteren. Ook
op
12 juni was Arda weer in de uitzending.
Terugkerende vragen
Allerlei
vragen komen steeds terug. Daar zitten heel veel interessante vragen
tussen. We zullen in de komende tijd steeds een gestelde vraag uit
het forum naar voren schuiven om er nog iets verder op in de gaan.
De volgorde is niet chronologisch.
De volgende vraag is gesteld door iemand die heeft ingelogd met
Pulleke (8 juli). Het gaat over de jonge ooievaar die gewond raakte na een
ongelukkige landing.
'Met
alle respect, het is goed afgelopen,
maar hoe weet u dat? Het dier is
losgekomen en naar beneden gevlogen, dat
is wat wij kunnen zien. Hij komt
vooralsnog niet terug. Gaat Stork wel
kijken of het jong geen gebroken poot of
ander letsel heeft en als het dier
letsel heeft wat dan?'
In een eerder antwoord in het forum, hebben we onze zorg al
uitgesproken, over het uitgevlogen jong. Daarin hebben we gemeld,
dat we er pas gerust op zouden zijn, als het jong veilig en niet
gehavend op het nest terug zou keren. Gelukkig is het terugkeren
gebeurd. Maar 'niet gehavend'? De beelden zijn duidelijk. Het
teruggekomen jong heeft zo te zien letsel. Hij/zij zet zijn/haar
rechterpoot vreemd opzij. Hij steunt op de linker poot en ontziet de
rechter poot. Hij lijkt er ook pijn aan te hebben. Of dit een
probleem is of wordt, is niet te zeggen. Het kan een kneuzing zijn
die even de tijd nodig heeft. Het probleem lijkt in het kniegewricht
te zitten (helemaal in de veren tegen het lichaam aan). Op de vraag,
of hier iets aan te doen is, kunnen we kort antwoorden: nee. Als je
bij het nest zou klimmen zou het dier eraf vliegen en het is niet
mogelijk hem dan terug te vangen. Daarvoor kan hij al te goed
vliegen. We zullen dus moeten afwachten. Hij oogt verder wel actief
en poetst op dit moment de veren.
Dan nog een opmerking over het
geslacht van de jongen. Het feit dat de éne groter is dan de
andere zegt niet veel over het geslacht. Voor
hetzelfde gemak is de grootste een vrouwtje en
de kleine ook, of allebei mannetjes. Het lijken
net mensen: vaak is de man groter, maar andersom
komt ook gewoon voor.
Deze vraag is gesteld door iemand die heeft ingelogd met Foxy (12
juli):
'Als de
ooievaars naar het zuiden vliegen ze in zwermen hoeveel vogels
vliegen in zo een zwerm?'
Ooievaars trekken
in groepen. In augustus verzamelen de
ooievaars zich, de jongen het eerst. De
groepen kunnen uitgroeien tot honderden
jonge ooievaars. Als de omstandigheden
goed zijn, goede thermiek, dan kunnen ze
van het éne op het andere moment
vertrekken en zo hoog gaan vliegen dat
je alleen nog kleine stipjes in de lucht ziet. Met lange
zweefvluchten gaan ze op zoek naar de volgende thermiekbel. Zo
kunnen ze flinke afstanden afleggen. Bij dagen met minder weer,
wachten ze gewoon af tot de omstandigheden verbeteren. Meestal vindt
het vertrek op de ochtend plaats. Als ze rond de middag nog niet
zijn vertrokken, dan wordt het uitgesteld tot de volgende dag, een
nieuwe dag met nieuwe kansen. De eerste groepen bestaan dus vooral
uit jonge vogels. De ouderen volgen later, zij hebben meer
vliegervaring en lopen de 'achterstand' weer in. De jongen hebben
iets meer tijd nodig. Je begrijpt al, dat de jongen de routes niet
van de oudere vogels leren, ze moeten het zelf uitzoeken. Weer iets
bijzonders in het vogelgedrag. En waar ze heen gaan? Veel ooievaars
vliegen door naar West-Afrika, naar het stroomgebied van de Niger.
Er zijn echter ook ooievaars die in Spanje overwinteren. Dit is al
lang het geval. Op grote open vuilstortplaatsen is voldoende voedsel
te vinden in de vorm van insecten, muizen en ratten.
Uitgevlogen
- 10 juli 2011-
Inmiddels zijn de beide jongen uitgevlogen. Dat is voor de eerste niet zonder slag of
stoot gebeurd. We komen hier binnenkort op terug. Lees alvast alle
informatie in het logboek en in het forum van BDL.
Bijna uitvliegen
-26 juni t/m 3 juli
2011-
Monique van den Broek
Eind
juni is het doek gevallen voor de meeste webcams van Beleef De
Lente. Niet voor de ooievaars, die kunnen we, als enige vogelsoort,
nog even blijven volgen. Nadat
er in maart vijf eieren waren gelegd, kropen er eind april vier jongen uit
het ei. Drie jongen groeiden op en het derde jong overleed
plotseling op 30 mei. Dat betekent dat dit ooievaarspaar twee
vliegvlugge jongen aflevert. Deze
jongen zijn het vliegen aan het ontdekken. Als er wat wind onder hun
vleugels komt, gaan ze eerste centimeters van het nest af. Dat wordt
steeds meer, totdat ze echt tot vliegen komen. De ouders proberen
dit ook te stimuleren door steeds minder voedsel te brengen. Want
als jonge ooievaar moet je niet alleen leren vliegen, maar dan ook
je eigen voedsel vinden. Vanwege het wisselvallige weer met vooral veel wind, was het voor de
jongen niet makkelijk om zich staande te houden op het nest.
De zomer en het afscheid nadert
-19 t/m 25 juni
2011-
Jan Zwanenburg
Deze laatste (lente)dagen op het nest gebeurt er niet
zoveel nieuws meer. Het verenkleed en de slagpennen van de jongen
worden elke dag nog wat duidelijker en groter en soms moet je al
goed kijken om de jongen van de ouders te kunnen onderscheiden. De
jongen doen ook steeds meer vliegoefeningen en krijgen ook wat
minder te eten om gewicht kwijt te raken voor hun eerste
levensvlucht. De ouders staan daarbij niet meer op het nest, maar
brengen alleen nog het nodige voedsel en zoeken daarna meestal een
plekje vlak in de buurt. Ook lijken ze zo de jongen van het nest af
te willen lokken. Gelukkig zullen dit jaar de webcams aanblijven tot
de jongen het nest verlaten hebben, zodat iedereen het einde van
deze ooievaars-lente kan meebeleven. De jongen gaan dan de zomer en
de wijde wereld in, waarin ze al snel voor zichzelf moeten kunnen
zorgen en zich moeten voorbereiden op hun lange reis naar het
zuiden. We zijn uiteraard benieuwd of, waar en wanneer daarna de
ringnummers 1E271 en 1E272 weer worden gesignaleerd. Adopteren kan
nog steeds (op naar de 250)!
Veel belangstelling voor het ringen
-12 t/m 18 juni
2011-
Annemieke Enters en Wim van Nee
Er zijn veel jonge ooievaars op de nesten waar we
komen om te ringen. We hebben zelf al twee nesten geringd (Rhee en
's Gravenmoer), waar 5 jongen op zaten en van ringer Holmer Vonk
hoorden we van een derde geval (Kekerdom). Ook komen we bij veel
nesten met 3 of 4 jongen. De jongen zien er bijna zonder
uitzondering goed uit. De droge periode is goed doorstaan en er is
nu tijdens het vochtige weer ook volop voedsel te vinden. Toch
moeten we niet te vroeg juichen, er kan altijd iets misgaan, zelfs
bij onze jongen van het BDL-nest.
Op veel plekken is de pers aanwezig bij het ringen. Veel van onze
STORK-collega's zijn in beeld gebracht op websites, in kranten en
zelfs op de televisie. Op het BDL-forum was het deze week iets
rustiger. Dat geldt ook voor de jongen zelf. Alles staat in het
teken van het aanstaande uitvliegen. Naast vliegoefeningen is rust
daarbij ook belangrijk. Langzamerhand zullen de jongen weer iets van
hun gewicht verliezen, om minder ballast te hebben bij het
uitvliegen. Dan gaat het echte leven beginnen: Zelf het veld in en
zorgen voor je eigen eten.
Drukke weken
-5 t/m 11 juni
2011-
Dick Jonkers
Juni is een drukke maand. Om te beginnen voor
de oude ooievaars die zich uit moeten sloven om aan de steeds groter
wordende voedselbehoefte van de jongen te kunnen voldoen. Op het webcamnest in Gorssel zijn dit er twee, maar er zijn elders ook
nesten met vier en vijf jongen. Van een aantal van die nesten met
veel jongen weten wij dat er wordt gevoerd en daar zijn wij niet
gelukkig mee. Ooievaars moeten onafhankelijk van mensen hun jongen
kunnen grootbrengen, waarvoor voldoende geschikte leefgebieden
aanwezig moeten zijn!
De vrijwilligers van STORK die jonge ooievaars
ringen komen deze maand nauwelijks aan hun rust toe. Binnen korte
tijd moet een groot aantal jongen geringd worden. Daarvoor mogen
zij niet te klein zijn, maar ook weer niet te groot, anders tuimelen
zij, terwijl zij nog niet geheel vliegvlug zijn van het nest. Zoiets
willen we voorkomen. Informatie over het ringen is elders op deze
site te vinden
Bij de opnamen van het ringen in Gorssel is te
zien dat braakballen verzameld worden. Dit is voor onderzoek naar de
voedselsamenstelling. Braakballen van vogels bevatten onverteerbare
delen van dieren de niet via het achterlijf worden uitgescheiden,
maar via de keel. Niet alleen ooievaars doen dit, maar bijvoorbeeld
ook roodborstjes, die resten van kleine kevertjes uitbraken waarin chitineschildjes
voorkomen. Door de ooievaarsbraakballen uit te pluizen kunnen wij
nagaan wat zij gegeten hebben. Dit levert geen volledig beeld op,
want ooievaars hebben zo′n sterk maagzuur dat botjes van kikkers en
muizen verteerd worden. De klauwtjes van mollen zijn nog wel
zichtbaar. Om een volledig beeld te krijgen zijn veldwaarnemingen,
maagonderzoek van dood aangetroffen ooievaars en microscopisch
onderzoek naar aanwezige borstelharen van regenwormen noodzakelijk.

Een deel van een
braakbal met veel mollenhaar, mollennagels en een muizenkaak. Dit
laatste komt weinig voor, de maagsappen van ooievaars verteren in
het algemeen ook botjes.
De dood van een jong dood en het ringen van de twee overgebleven
jongen
-29 mei t/m 4 juni
2011-
Annemieke Enters en Wim van Nee
De forum stond de afgelopen week helemaal in het
teken van het dode jong. Er waren veel speculaties over de
doodsoorzaak, soms emotioneel, soms verontwaardigd en vaak ook
nuchter.
Er gaan veel jongen dood op ooievaarsnesten, nog voordat ze
uitvliegen. Het gaat zeker om 30 % van het aantal uitgekomen eieren,
maar het werkelijke percentage ligt beslist hoger. De doodsoorzaken
zijn heel divers. Denk hierbij aan schimmelinfecties, parasieten,
verhongering, aangeboren afwijkingen, extreme weersomstandigheden en
onervarenheid van de broedvogels. Het dode jong, dat door een
oudervogel uit het nest was gegooid, was in verregaande staat van
ontbinding, waardoor onderzoek niet meer mogelijk was. In de bomen
rond het nest hebben we geen sporen van nesten van de
eikenprocessierups aangetroffen. Ook omwonenden hebben deze rupsen
en nesten niet gezien. Wel hebben we veel rag van spinselmotten aan
de buitenkant van het nest aangetroffen.
We hebben enkele braakballen van het nest meegenomen. Die willen we
laten onderzoeken. Wellicht komen we dan meer te weten over het
voedsel dat de jongen de laatste week hebben genuttigd.
U begrijpt dat het niet mogelijk is om nu een uitspraak te doen over
de doodsoorzaak.
Zaterdag 4 juni hebben we de jongen geringd. Klik
HIER om een verslag
te lezen en foto's te bekijken.

Weer een jong dood
-22 t/m 28 mei
2011 -
Annemieke Enters en Wim van Nee

Vanmorgen (maandag 30 mei) heeft één van de drie jongen het loodje
gelegd. Op zich kijken we daar niet van op, het gebeurt vaker dat
jongen waar het zo goed mee lijkt te gaan, het toch niet redden. Er
werd in het forum al gesuggereerd of er sprake zou kunnen zijn van
een vergiftigde prooi. Zover willen we (nog) niet gaan. De wetten
van de natuur zijn hard, wie om wat voor reden dan ook achterop
raakt, haalt de eindstreep niet. Voedselschaarste kan een oorzaak
zijn, maar veel ooievaarsjongen hebben last van allerlei parasieten.
Parasieten in de luchtwegen zijn berucht.
We hebben al vaker rekensommetjes gemaakt: Het landelijk gemiddelde
van alle nesten waarop is gebroed, ligt tussen de één en twee jongen
per broedpaar. In mindere jaren ligt het dichter bij één,
in betere jaren boven de anderhalf. Wat dat
betreft zit het BDL-nest dus nog boven het gemiddelde.
Binnenkort worden de jongen geringd. We zullen dan het dode jong van
het nest halen. Misschien levert het informatie op over de
doodsoorzaak.
Houd deze website en de informatie op Beleef de Lente goed in de
gaten voor de aankondiging van het ringen.
Het gebeurt wel eens, dat een ooievaarsjong na het
ringen dood gaat. Dat is extra vervelend, want de schuld wordt
makkelijk aan het ringen gegeven. Gelukkig weten we uit jarenlange
ervaring, dat het ringen zelf nooit de doodsoorzaak is.
Onmisbare gegevens
-15 t/m 21 mei
2011 -
Monique van den Broek
De 3 jonge ooievaars groeien goed. Tot ′s avonds laat - 22.30 uur- brengt één van de ouders nog voedsel,
dat gretig wordt verorberd. De jongen zijn erg actief en blijven roepen - een miauwachtig geluid - in de
hoop dat er meer eten komt. De andere ouder blijft nog bij de jongen op het nest.
Inmiddels zijn de jongen 5 weken oud en dat is de leeftijd waarop ze geringd kunnen worden.
Dat zal binnenkort ook gebeuren. Zo’n 60 % van de jonge ooievaars wordt geringd, waardoor ze
individueel herkenbaar worden en we ze kunnen volgen. Met die waarnemingen uit het veld en de
terugmeldingen van afgelezen ringen in binnen- en buitenland krijgt STORK de onmisbare gegevens.
Typische ooievaarsgeluiden
-8 t/m 14 mei
2011 -
Jan Zwanenburg
Het bekende klepperen met de snavel doen ooievaars zowel als
begroeting als ter alarmering voor mogelijk gevaar. Ook als er een
′vreemde′ ooievaar maar in de buurt van het nest komt, gaat meteen
het luchtalarm af. Het is daarbij opvallend hoe goed ooievaars
blijkbaar op grote afstand hun eigen partner kunnen herkennen. De
jongen houden zich bij het klepperen van de ouders gedeisd, want je
weet maar nooit... Als de ouders stoppen met klepperen is de kust
blijkbaar veilig en komen de jongen weer tot leven, proberen al te
gaan staan en bedelen om voedsel. De net teruggekeerde ouder braakt
dan voedsel op en dumpt dit in het nest, waarna de jongen het gulzig
opschrokken. Ook de partner-ooievaar - die soms een paar uur op de
jongen heeft gepast - pikt nog wel eens dankbaar een vorkje mee en
gaat dan weer opnieuw op jacht. Gelukkig is de ergste droogte
inmiddels weer voorbij en zal dit nu wellicht weer wat gemakkelijker
gaan, wat de overlevingskansen van het drietal weer vergroot. Wat de
jongen niet lusten of te groot is, pikken de ouders weer op uit het
nest. En ook houden ze natuurlijk het nest netjes schoon en wordt
het binnen- en buitenwerk onderhouden met vers hooi en mos.

Ook de jongen zelf beginnen zodra ze uit het ei gekomen zijn al het
klepperen aan te leren. Hoe ouder ze worden, hoe beter dit ook
hoorbaar is rondom het nest. Daarnaast maken de jongen een
kenmerkend (miauwend) geluid om te laten merken dat ze wel weer eens
wat lusten. Denk dan dus niet dat er een kat op jacht is naar de
jongen!
Voedseltransport
-1 t/m 7 mei
2011 -
Dick Jonkers
In de tijd met opgroeiende jongen is het hard werken geblazen voor
het ouderpaar. Er wordt af en aan gevlogen om in de voedselbehoefte
van de jongen te voorzien. Voortdurend worden vaste
foerageergebieden en de wijde omgeving afgespeurd op eetbare zaken.
Maaiactiviteiten en andere agrarische werkzaamheden worden
nauwlettend gevolgd, want daar is wat te halen. Daar worden allerlei
dieren opgeschrikt, raken gewond of komen om het leven. Doorgaans
ligt het zoekgebied op maximaal kan enkel kilometers, maar de
afstand kan ook groter zijn. Van het ooievaarspaar dat nestelt op
het voormalige gemeentehuis van Schoonrewoerd is bekend dat het
hemelsbreed zes kilometers vloog naar de nu verdwenen visvijvers van
de Organisatie voor de Binnenvisserij in Beesd. Een soort
supermarkt, waar volop geschnackt kon worden. Ooievaars zijn echte
opportunisten en hebben een breed voedselspectrum Behalve de
traditionele kikkers worden ook ondermeer veldmuizen, wormen en
grote insecten gegeten. Meikevers kunnen hiervan belangrijke
prooidieren zijn. Minder bekend is dat af en toe ook wel een
ringslangen, een jonge haas, of een wezel worden gevangen.
Ook
mollen worden aangevoerd, maar dat is niet zonder gevaar. Van een
paar dat in Oudewater broedde kwam een van de oudervogels om het
leven, doordat een mol levend werd ingeslikt. Tijdens het transport
naar de maag haalde hij met zijn klauwtjes de slokdarm van zijn
belager open.
Een mol kan een
gevaarlijke prooi zijn
Vier
jongen
- 24 t/m
30
april 2011 -
Wim van Nee
Het was lastig
tellen deze week. Allerlei vragen via het forum en heen en weer
gepraat over: Hoeveel jongen zijn er nu? Waar is het vierde of
vijfde jong gebleven? Waar is dat éne ei gebleven? Wij hebben
er geen antwoord op en laten het verder in het midden. Het lijkt er
in ieder geval op dat er vier jongen zijn. Dat is een mooi
uitgangpunt voor de komende weken. Gaan ze het redden?
In het forum hebben we al een antwoord gegeven op de vraag over de
aanhoudende droogte. Is dit voor jonge ooievaars een probleem?
Verschillende mensen hebben hierop ook gereageerd. Als je de
antwoorden combineert, dan heb je het meest complete antwoord.
Droogte kan een probleem zijn. Er zijn landelijk vaak grote
plaatselijke verschillen. Waar foerageren de oudervogels? Hebben ze
de beschikking over vochtige gebieden zoals uiterwaarden? Het geheim
zit in de variatie aan beschikbare prooidieren. Bij droogte zijn er
minder regenwormen te vinden. Dat lijkt een nadeel, maar er is ook
een voordeel: er zijn wel meer insecten beschikbaar. De afgelopen
week hebben we weer veel meikevers gezien. Er zijn alweer de nodige
graslanden aangetast door engerlingen. Wees blij met ooievaars, want
engerlingen en emelten vormen een hele goede voedselbron voor de
ooievaars.
In
de afgelopen week werd het nest belaagd door een kraai. Iedereen
heeft kunnen zien dat de ooievaar er geen enkel probleem mee had.
De kraai was voor de ooievaars niet erger dan een lastig insect en de ooievaar liet
zich niet intimideren.
Toch bestaat er een risico. In dit stadium zullen de oudervogels
niet gelijktijdig het nest verlaten, maar
... stel dat iemand naar het
nest klimt om de camera opnieuw te richten
... stel dat er een
luchtballon over vliegt ... stel dat ...
Als beide oudervogels door een stress-situatie gelijktijdig van het
nest zijn, dan is er wel degelijk gevaar.
U voelt het risico al,
kraaien zijn slimme vogels.
Ook de vraag over het ringen van jonge ooievaars wordt alweer
gesteld. Op dat gebied gaat er iets veranderen. Belangrijke
informatie hierover is te vinden bij:
Ringen in
2011 ... niet vanzelfsprekend. We willen vooral nesteigenaren
vragen deze informatie goed te lezen.
(terug naar boven)
De eerste twee
jongen 
- 17 t/m 23 april 2011
-
Annemieke Enters
Soms verrast de natuur en soms kun je met een rekensommetje een
heleboel voorspellen. Ook onze ooievaars kennen het boekje: Op 23
april zijn, na 33 dagen broeden, de eerste twee eieren uitgekomen. Een
felicitatie aan iedere betrokkene is op zijn plaats. Bij deze.
Via het forum is er een vraag gesteld over de droogte. Hebben of
krijgen de jonge ooievaars daar ook last van? Helaas is dat heel
goed mogelijk. De droogte dwingt prooien als regenwormen dieper de
grond in. Jonge ooievaars hebben echter meer nodig dan alleen
regenwormen. De droogte levert wellicht meer insecten op, ook een
belangrijke voedselbron. Toch zal het voor de broedvogels hard
werken worden, zeker als alle eieren uitkomen. Een jong van zo'n 100
gram moet in een kleine 10 weken op een gewicht van 3500 tot 4500
gram komen. Daar is veel voedsel voor nodig.
We moeten er niet van opkijken als slechts 1 of 2 jongen groot
worden. De cijfers van vele jaren inventariseren, leren ons dat het
landelijke gemiddelde per nest vaak dichter bij de 1 ligt, dan bij de 2.
Nu kunt u zich afvragen of dat wel genoeg is. Met ander woorden: Is
de jaarlijkse aanwas groot genoeg om de verliezen onder de volwassen
vogels te compenseren? Het antwoord hierop is niet eenvoudig te
geven. De
populatie is de laatste jaren flink gegroeid. Ooievaars kunnen
oud worden, maar de meeste overleven het eerste levensjaar niet. Er
zal onderzoek over een langere periode nodig zijn om antwoord te
kunnen geven op de vraag: Hoeveel jongen moeten er minmaal geboren
worden en uitvliegen om de populatie op peil te houden?
Voor de ooievaars
maakt het niet uit. Zij zullen hun uiterste best doen om zoveel
mogelijk jongen groot te brengen. 1,2,3,4,5...? De tijd zal het
leren.
(terug naar boven)
Bijna uitgebroed
- 10 t/m 16 april 2011
-
René Rietveld
Zoals al werd aangegeven door Monique is de tijd wanneer het paartje
op eieren zit nu eenmaal niet de meest opwindende periode. Het wordt
pas weer interessant rond de datum waarop de eieren waarschijnlijk
uit zullen komen. Daarom zie ik weinig nut in een samenvatting, maar
vertel ik liever wat over deze periode in het seizoen op zich.
Engbert noemde al het theorieboekje over ooievaarsgedrag, maar zoals
ik zelf altijd zeg: ′Wij kennen het boekje, maar de ooievaars zelf
niet′. Waarmee ik bedoel dat niet alles altijd exact volgens het
boekje hoeft te gaan, want dat zijn gemiddelden. Het grootste nadeel
hierbij is dat veel mensen ′het boekje′ als onfeilbaar beschouwen,
terwijl ooievaarsgedrag nogal dynamisch is.
Denk hierbij aan de aankomstdata. Die is in de loop der jaren
behoorlijk heen en weer geschoven. Zo kwamen de eerste ooievaars in
de jaren 50 van de vorige eeuw al in maart op hun nest terug en was
dit in de jaren 70 en 80 vaak pas vanaf de tweede helft van april.
Door het herintroductieproject kregen we ook te maken met
ooievaarsparen die overwinterden en soms al rond half maart, maar
zeker voor april al op eieren lagen. Trekkers, die vanaf half april
pas terugkeerden werden door sommige beheerders van buitenstations
bij voorbaat al als kansloos beschouwd. Ze waren erg laat. Nu
blijken ooievaars vanaf februari al op de nesten terug te komen en
gaat dit door tot circa 9 mei. En zelfs de terugkomers in mei kunnen
nog een succesvol broedsel produceren. Stel je voor de eerste eieren
in Nederland kunnen rond half april al uitkomen en dan moeten
ooievaars nog terugkomen, paren, eieren leggen en deze uitbroeden.
Je kunt dan in augustus het beeld krijgen dat een groep wegtrekkende
jongen op het dak van een kerk overnachten, terwijl een jong van een
laat paar in de straat ernaast nog niet eens kan vliegen.

Zo zou het kunnen
worden, maar niets is zeker. Veel risico's kunnen roet in het eten
gooien.
Maar vanaf eind van de komende week wordt het dus spannend en kunnen
de eerste eieren uitkomen. Met een broedsel van 5 eieren zal dit
verspreid over een aantal dagen plaatsvinden, omdat de eieren
(gemiddeld) om de dag worden gelegd en er pas vanaf het tweede ei
wordt gebroed. Het verschil wordt wel wat ingelopen, maar verschil
zal er blijven.
Helaas heb ik momenteel weinig inzicht hoe het met de ooievaars in
de rest van Nederland is. Ik vang wel eens wat op, maar dat zijn
allemaal lokale of regionale meldingen. Het risico is dat dit soort
meldingen als richtsnoer voor landelijke verwachtingen worden
opgevat. Het blijkt echter bij het verzamelen van de landelijke
gegevens al jaren dat dit absoluut niet zo hoeft te zijn. Dit geldt
zowel voor de groei van het aantal broedparen als bij het hanteren
van een vrij hoog gemiddeld broedresultaat wat naar alle paren in
een gebied wordt doorberekend.
STORK hoopt dit jaar weer de jaarlijkse ooievaarstelling te kunnen
houden en jongen te ringen, maar of dit financieel gaat lukken is op
dit moment nog helemaal niet zeker.
Broeden
- 2 t/m 9 april 2011
-
Monique v.d. Broek
Broeden lijkt een saaie bezigheid, maar als je regelmatig de
filmpjes bekijkt blijkt er toch nog wel wat te gebeuren bij het
nest. 1 april gaf een van de ooievaars een mep tegen camcorder 1,
waardoor de close-up beelden even verleden tijd zijn. Even de
camcorder rechtzetten kan niet, dat zou te veel verstoren.
Dat ooievaars hun omgeving goed in de gaten houden is te zien op
de clip van zondag 2 april. Zowel ooievaars als mensen uit de
omgeving worden goed in de gaten gehouden. Alleen de
partner
wordt met geklepper begroet. Het liefdesleven van
de ooievaar bestaat behalve uit paren, ook uit liefkozen of kroelen.
En daarna komt het 'gewone' broeden weer. Nu nog zo'n 2 1/2 week te
gaan, eer het eerste ei uitkomt. Spannend of alle eieren zullen
uitkomen!
(terug naar boven)
Vijf eieren
Met onverminderd enthousiasme schrijven
Jaap, Engbert en Arda
hun stukjes voor het logboek.
Hans zorgt voor de clips. Alles bij elkaar heel informatief en hier een daar een beetje humor.
Zo blijft het leuk om het steeds weer te lezen en terug te lezen.
De ooievaars hebben zelf ook voor een stukje humor gezorgd
door op 1 april webcam 1 definitief te ontregelen.

Hieronder
weer een bloemlezing over de afgelopen week,
met veel dank aan Hans, Jaap, Engbert en
Arda.
ontregeld camerabeeld
16:55, woensdag 30 maart 2011
Man en
vrouw ooievaar wisselen elkaar af
tijdens het broeden. Als een ooievaar
zit te broeden, is niet te zien of het
om het vrouwtje of het mannetje gaat.
Mannetjes zijn gemiddeld wel wat groter,
maar echt goed zijn de geslachten
uiterlijk niet van elkaar te
onderscheiden. Tijdens de paring is
natuurlijk wel goed te zien, wie het
mannetje en wie het vrouwtje is. Maar nu
er gebroed wordt, wordt er niet meer zo
vaak gepaard. Wel heeft ons mannetje een
ring om zijn rechterpoot, dus bij
wisseling van de wacht is wel te zien
wie wie is. Of door goed te speuren naar
een ring bij de ooievaar die op het nest
over de broedende partner waakt. Arda
20:28, dinsdag 29 maart 2011
Op 19
maart is het eerste ei gelegd en twee
dagen later het tweede ei. Vanaf die
dag, maandag 21 maart wordt er dus echt
gebroed. Na ongeveer 33 dagen kunnen
deze eerste twee eieren uitkomen. Als we
een rekensommetje maken: dat betekent
dat rond 23 april de eerste jongen te
verwachten zijn. Dat is dus vanaf
vandaag nog 26 dagen. Tot die tijd
zullen de broedende vogels nog heel wat
zon, regen en wind te verduren krijgen.
Arda
18:49, maandag 28 maart 2011
Ruim
een week geleden het eerste ei en nu
zijn er al vijf! Hoeveel zullen er nog
volgen? Misschien nog eentje of zal het
vrouwtje het hier bij laten, vorig jaar
legde ze er 'maar' vier. Vandaag onrust
rondom het nest. Beide vogels staan op
het nest, het broeden is onderbroken en
ook de buurvogels zijn onrustig. Op het
clipje zijn geluiden van een vliegtuigje
te horen. Dit vliegt kennelijk zo laag
dat deooievaars er door worden verstoord
en op de wieken gaan. AvdL
00:01, maandag 28 maart 2011
Terwijl ik dit schrijf, zit ik met een
schuin oog op een tweede scherm mee te
kijken of het vijfde ei al geproduceerd
is. Volgens schema zou dat vandaag
moeten gebeuren, immers het vierde ei is
van vrijdagavond. 23.35 uur: vrouwtje
ligt op het nest, haar achterlichaam
maakt weer een opwaartse beweging. Zou
het vijfde ei onderweg zijn? Veelal
leggen ooievaars 4 tot 6 eieren, om er
voor te zorgen dat tijdens het broeden,
opgroeien en uitvliegen voldoende jongen
overblijven om voor voldoende nageslacht
te kunnen zorgen. Het wordt spannend, in
het clubhuis wordt al druk gespeculeerd
of het vijfde ei een feit is. Henk weet
het voor 100 % zeker. En ja hoor, hij
heeft gelijk: om 23.48 staat het
vrouwtje op en zien we vijf eieren in de
nestkom liggen. Engbert
(terug naar boven)
Het eerste ei
Het eerste ei is gelegd. Met een geweldige vooruitziende blik van
Engbert, Arda en Jaap werd het al aangekondigd. Zelfs het leggen was
te volgen dankzij de infraroodcamera. Hier is niets meer
aan toe te voegen. Behalve dan dat u nu kunt gaan rekenen. Vanaf het
tweede ei ongeveer 33 dagen verder tellen en u weet wanneer u extra
moet opletten. Het kan ook een dagje minder zijn. Heeft u Arda
gehoord in Vroege Vogels van 20 maart?
23:36, zondag 20 maart 2011 
Wat een fantastische beelden hebben
we kunnen zien van het leggen van het
eerste ei. Door de infrarood camera's en
de clip van Hans kunnen we nogmaals
genieten van dit nachtelijke gebeuren.
Verleden jaar konden we alleen maar
gissen wat er zoal 's nachts gebeurde,
maar dit jaar kunnen we continu
meekijken naar de levenswandel van dit
paar.
Als het u ook zo boeit, dan kunt u het
vele werk van Stichting STORK steunen
door een bijdrage over te maken op
bankrekening: 1489.64.060 t.n.v. STORK.
B.v.d. Evo
01:49, zondag 20 maart 2011
Om zoveel mogelijk lezers van ons
dagboek te berichten over de
radio-uitzending, schrijf je 's middags
alvast het berichtje. Niet wetende dat
er later op de dag nog veel gaat
gebeuren. Eerst komt er een vreemde vent
op bezoek, die het nest nog wel eens zal
opschudden (wat niet door pa wordt
getolereerd en wordt weggejaagd)
vervolgens om 23.00 uur is daar het
eerste ei! Een mooier begin van de Lente
kan ik me niet voorstellen. Evo
13:57, zaterdag 19 maart 2011
Morgen, zondag 20 maart, zal het
radioprogramma Vroege Vogels van de VARA
wederom aandacht besteden aan Beleef de
Lente. Arda zal dan namens STORK het een
en ander vertellen en vragen
beantwoorden over de Ooievaar. Wat zou
er mooier zijn als de ooievaars één dag
eerder dan verleden jaar hun eerste ei
leggen. Als u luistert naar de radio en
kijkt naar de webcam zal u niets
ontgaan. Evo.
(terug naar boven)
|