Een enerverend
telweekend
Het was een geweldig telweekend.
Het weer werkte goed mee
en de belangstelling voor de telling was enorm. We hebben in
totaal 462 meldingen uit heel Nederland ontvangen. De
meldingen zijn vooral gedaan via het meldformulier op onze
website. Opvallend veel berichten zijn verstuurd vanaf een
telefoon. Er zijn ook e-mails gestuurd met hier en daar foto's.
Hiervan hebben we een aantal op deze pagina geplaatst.
Het aantal in Nederland overwinterende ooievaars dat is gemeld
is
653.
Dit is iets meer dan in 2011, toen werden er 592
gemeld. Het heeft ongetwijfeld te maken met de media-aandacht
die voor de telling is geweest.
Bij het publiek
heeft het veel enthousiaste reacties opgeleverd.
Maar er overwinteren ook meer ooievaars, omdat er
in 2011 meer ooievaars in Nederland hebben gebroed. En daardoor
zijn er juist ook
meer ooievaars op trek gegaan.
Den Haag
Record?
Op verschillende plekken in het nieuws is het
woord 'record' gebruikt, omdat het aantal overwinterende
ooievaars niet eerder zo groot was. Eerlijk gezegd vinden
wij het woord record niet passen bij deze telling. We
streven namelijk niet naar 'zoveel mogelijk'. Meer is niet
per definitie beter. Bovendien zou men de
conclusie kunnen trekken, dat er meer ooievaars hier blijven en
dat er dus minder op trek gaan. En dat is
nu net wat er niet klopt: Er zijn namelijk ook meer
ooievaars op trek gegaan. En dat komt door het
feit dat er meer broedende ooievaars zijn geweest dan het
vorige jaar.
Iets meer dan 60 % van de broedvogels vertrekt uit Nederland en iets minder dan 40 % blijft. Het percentage
trekkende ooievaars neemt zelfs langzaam toe en
het percentage blijvende ooievaars neemt juist langzaam iets
af.
Dat is dus precies tegenovergesteld aan de eerste conclusie!
Globale verdeling over het land:
| |
Noord-Nederland: |
252 |
|
| |
Oost-Nederland, inclusief IJsselstreek: |
69 |
| |
Midden-Nederland, inclusief Het Gooi en grote rivierengebied: |
159 |
| |
West-Nederland: |
133 |
| |
Zuid-Nederland: |
40 |
[terug naar boven]
De kaart van 2012

Als u de kaart van 2012 vergelijkt met de kaarten van 2010 en
2011, dan ziet u veel meer stippen staan. De spreiding is groter.
Door de zachte winter
tot nu toe, kunnen de ooievaars zich goed redden. Er is voldoende natuurlijk voedsel te vinden en veel ooievaars zijn daarom
gezien in de buurt van hun broedplaats.
De grotere concentraties waren te vinden in het Reestdal bij Meppel (167), in de buurt van het Gelderse Rossum (maximaal 21),
in Akmarijp (35), omgeving Gorssel (35), Zegveld (14), omgeving Ankeveen (maximaal 20), Lelystad (25),
Hilvarenbeek (12), Den Haag (30) en Sluis (10). Op een aantal van deze plekken worden de ooievaars in de winter bijgevoerd.
In de Haagse groep zitten broedvogels uit Den Haag, Delft,
Voorburg, Leidschendam, Zoeterwoude en Wassenaar. De ooievaars
in het Reestdal komen voor een klein deel uit de directe
omgeving, maar er zitten ook veel ooievaars bij uit het
noorden van het land.
[terug naar boven]
Dubbeltelling
Bij een telling als deze loop je natuurlijk het risico van
dubbeltellingen. De ooievaars langs
de A13 bij Delft, zijn door veel mensen gemeld en dat geldt
ook voor twee ooievaars bij Olst.
Er zijn vast en zeker ook enkele ooievaars niet gezien. Ook dit jaar werden grote zilverreigers soms voor ooievaars
aangezien.
Door de meldingen goed met elkaar te vergelijken en soms
navraag te doen, hebben we de dubbelen er zoveel mogelijk
uitgehaald. Uiteindelijk heeft het een vrij nauwkeurig beeld
opgeleverd van het aantal overwinterende ooievaars.
Lemelerveld
[terug naar boven]
Ringnummers
Op
verschillende plekken zijn ringnummers afgelezen, onder andere
in Den Haag, bij ooievaarsstation De Lokkerij en in Schoonrewoerd.
Ook vanuit Lemelerveld, Amsterdam, Uithoorn, Losser, Glimmen, Eernewoude, Rotterdam, Leusden, Groessen, Vriezenveen,
Kortenhoef, Gennep, Beugen en Nederhorst den Berg zijn er
ringnummers doorgemeld .
Er zijn in totaal
150 ringen afgelezen, bijna
25 % van het totaal. Er zaten 140 Nederlandse ringen bij en 10 buitenlandse: Duitsland
(4), België (5) en Spanje (1).
In het volgende overzicht ziet u de leeftijdsopbouw van deze ooievaars
(geboortejaar en aantal):
|
1980 |
3 |
|
1988 |
3 |
|
1996 |
7 |
|
2004 |
10 |
|
|
1981 |
1 |
|
1989 |
5 |
|
1997 |
6 |
|
2005 |
12 |
|
|
1982 |
0 |
|
1990 |
6 |
|
1998 |
4 |
|
2006 |
10 |
|
|
1983 |
0 |
|
1991 |
5 |
|
1999 |
10 |
|
2007 |
3 |
|
|
1984 |
2 |
|
1992 |
6 |
|
2000 |
4 |
|
2008 |
4 |
|
|
1985 |
3 |
|
1993 |
9 |
|
2001 |
5 |
|
2009 |
1 |
|
|
1986 |
4 |
|
1994 |
6 |
|
2002 |
15 |
|
2010 |
0 |
|
|
1987 |
1 |
|
1995 |
3 |
|
2003 |
5 |
|
2011 |
0 |
|
Er zijn niet veel oude
ooievaars gemeld, van deze groep zijn er niet veel meer in leven.
Verreweg de meeste ooievaars zitten in de leeftijdscategorie van 5
tot 11 jaar. Bijna alle getelde ooievaars zijn in alle vrijheid
geboren, maar ze toch hebben 'besloten' om in de winter niet
weg te trekken. Deze 'beslissing' is niet afhankelijk van de
leeftijd. Andere factoren spelen een rol. Ooievaars zijn
opportunistisch, ze passen zich makkelijk aan en zoeken de nabijheid
van mensen. Er zijn grote individuele verschillen in (trek)gedrag
en wellicht is dat juist een voordeel voor de soort. Op trek gaan is
een gevaarlijke onderneming. Van alle jonge ooievaars die op trek
gaan, overleeft slechts ongeveer 15 %. Blijven kan ook gevaarlijk
zijn. Is de winter zacht, dan zijn de blijvers in het voordeel. Maar
is de winter streng en lang, dan zijn de trekkers beter af. Voor de
overleving van de soort is het een voordeel om de beide
mogelijkheden te benutten en dit lijkt voor de ooievaars van
toepassing te zijn.
[terug naar boven]
Blijven of op
trek gaan
Zachte winters
maken overwinteren in Nederland goed mogelijk. In het
verslag van de wintertelling van 2011 hebben we ook al geschreven
over de redenen om wel of niet op trek te gaan.
Wilt u dit nog eens lezen, klik dan op onderstaande tab. De
tekst rolt uit en u kunt het ook weer sluiten, door op
dezelfde tab te klikken.
Nijkerk
Redenen om niet op trek te gaan (Klik op deze balk om te openen en te sluiten)
(uit verslag Wintertelling 2011)
Er wordt veel gezegd en geschreven over de redenen waarom ooievaars
niet op trek gaan. Vaak wordt gesteld dat ooievaars op trek moéten
gaan, maar is dat wel zo?
Van alle leeftijden
Soms wordt verondersteld dat het juist de oudere vogels zijn die
overwinteren, vogels die ooit uit gevangenschap zijn vrijgelaten.
Dit blijkt niet het geval te zijn. Er zijn nog maar weinig ooievaars
in leven die uit kooien zijn vrijgelaten. Uit ringaflezingen blijkt
dat de groep overwinterende ooievaars bestaat uit vogels van alle
leeftijden. Je zou kunnen zeggen dat er binnen iedere leeftijdsgroep
vogels zijn die op trek gaan en vogels die blijven.
Klimaat en risicospreiding
Ooievaars uit de binnenlanden van Oost-Europa hebben geen keus. De
winters zijn zo extreem dat op trek gaan de enige manier van
overleven is. In Nederland is het klimaat veel milder. Vaak zijn de
winters zo zacht, dat het heel goed mogelijk is om de winter te
overleven. Mogelijk kiezen ooievaars daarom voor overwintering in
Nederland.
Op trek gaan is risicovol, maar niet op trek gaan kan ook gevaarlijk zijn,
als koude winters lang aanhouden. Wanneer binnen een soort een
deel van de populatie wel op trek gaat en een deel niet, dan zou je
het kunnen zien als risicospreiding. Wellicht is dit op ooievaars
van toepassing.
Effect van bijvoeren
Als de winter streng is en de ooievaars zijn gebleven, dan ligt het
voor de hand dat mensen gaan bijvoeren. Daar is niets op tegen, zou
je zeggen, hetzelfde wordt immers gedaan met
vogels in de tuin. Wie hangt er niet een vetbolletje op?
Toch kan er bij ooievaars een probleem ontstaan. Jonge ooievaars
gaan normaalgesproken allemaal op trek. Er zijn af en toe achterblijvers. Soms is het verklaarbaar, het zijn bijvoorbeeld hele
late jongen die, toen ze eigenlijk weg moesten, lichamelijk nog niet
zover waren.
Vaak is de oorzaak het bijvoeren. Wanneer royaal wordt bijgevoerd in
de tijd dat de jongen op trek moeten (vanaf begin augustus), ervaren
ze geen dreigende voedselschaarste. De drang om daadwerkelijk op
trek te gaan is te gering. Het gevolg kan zijn, dat ooievaars
blijven en afhankelijk worden van mensen, terwijl dat niet
nodig was geweest. Ook tijdens deze wintertelling zijn er
afhankelijke overwinterende ooievaarsgezinnen gemeld.
Bij de (voormalige) ooievaarsstations wordt hier rekening mee
gehouden. Er blijven daar dan ook maar zelden jonge ooievaars
achter.
[terug naar boven]
De telling in het nieuws
De pers-belangstelling voor de wintertelling was enorm. Vroege Vogels, het Jeugdjournaal, het Radio 1
programma Met het oog op morgen en verschillende lokale
radio- en televisiezenders hebben aandacht besteed aan de
ooievaarstelling. Ook de nodige kranten hebben erover
geschreven.
In het overzicht vindt u alle publicaties die bij ons bekend
zijn, met de
mogelijkheid om de verschillende uitzendingen te bekijken, te
beluisteren of te lezen.
Mochten we nog meer nieuwsitems op het spoor komen, dan
zullen we die toevoegen.
Opnames TV
West, Den Haag
Televisie:
NOS-Jeugdjournaal, Nederland 3
Tis Wat, TV West
Radio:
Vroege Vogels, Radio 1
(vanaf 5.45 min.)
Met het oog op morgen, Radio 1 (vanaf 15.55 min.)
Drenthe Nu, RTV-Drenthe (vanaf 13.20 min.)
Perstribune met Lex Schoenmaker 1, Radio 1
(vanaf 36.50 min.)
Perstribune met Lex Schoenmaker 2, Radio 1
(vanaf 36.05 min.)
Ooievaarstelling in Den Haag, Radio
West
Overig:
653 overwinterende ooievaars geteld
(Nederlands Dagblad, 15 jan. 2012)
Ooievaar heeft het goed in Nederland
(Dagblad van het Noorden, 16 jan. 2012)
Website Haagse Vogelbescherming
Leuk Disney filmpje over ooievaars in de winter |

Opnames Jeugdjournaal, Reestdal
[terug naar boven]

Rotterdam

Rottum
[terug naar boven]
WINTERTELLING 2012
Iedere winter proberen we een
beeld
te krijgen van de ooievaars
die overwinteren. Welke ooievaars zijn het, waar verblijven ze hoeveel zijn het
er? Daarom organiseren we in de
wintertijd een telling. We vragen dan zoveel mogelijk mensen om hun waarnemingen
van ooievaars aan ons door te geven.
De wintertelling van 2012 wordt gehouden in
het weekend van
14 en 15 januari.
Dat Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven een natuurliefhebber is, wisten we al. Hij
draagt ook de ooievaars en STORK een warm hart toe. Daarom heeft hij ons
geholpen en een aanbeveling geschreven om een ieder uit te nodigen om mee te
helpen tellen! Daar zijn we erg blij mee en we danken de heer Van Vollenhoven
voor zijn spontane en enthousiaste hulp. Natuurlijk hopen we dat velen gehoor
geven aan zijn oproep.
In 2011 is op veel plaatsen een lokale telling georganiseerd door
ooievaarsstations, vogelwerkgroepen
of andere natuurorganisaties. Dat heeft
veel informatie opgeleverd over de overwinterende populatie. We nodigen
iedereen, alleen of samen met anderen, van harte uit weer zulke initiatieven te nemen.
En mocht het koud zijn: Een kop erwtensoep of een beker warme chocolademelk,
ooievaars in de kijker en uw dag is helemaal goed!
[terug naar boven]
|
"Tel de ooievaars"
Op 14 en 15 januari 2012 wordt de landelijke wintertelling
georganiseerd van de ooievaars in ons land. Natuurlijk keek ik
altijd naar ooievaars. Het is toch fantastisch om niet alleen zo′n
vogel te zien vliegen, maar ook om hem of haar in een weiland te
zien staan. Maar tellen, daar heb ik eerlijk gezegd nog nooit aan
gedacht.
Tot ... totdat ik vorig jaar heel onverwacht een zwarte ooievaar ben
tegen gekomen, die zeer vermoeid op een bospad op de Veluwe in slaap
was gevallen. Ik maakte snel een foto en op de ring stond T188
geschreven. Via Nico de Haan ben ik bij STORK terecht gekomen. Daar
wist men te achterhalen dat deze ooievaar in Mecklenburg (in
Duitsland) was geboren.
Na mijn melding is van de zwarte ooievaar niets meer vernomen en
misschien komt hij pas na 2 of 3 jaar weer terug uit Afrika.
Door deze ontmoeting is mijn belangstelling om te gaan tellen
aanzienlijk toegenomen.
Mijn verzoek is dan ook:
"Tel mee en draag
bij aan de ooievaarspopulatie in Nederland!"
Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven
Beschermheer Vogelbescherming Nederland
[terug naar boven] |
Hoe kunt u uw telgegevens doorgeven?
(toegevoegd op 27 december 2011)
De
wintertelling van 2012 komt nu snel
dichterbij. Misschien heeft u zich
al afgevraagd, hoe u de telgegevens kunt
doormelden. Dit kan op verschillende manieren:
-
Allereerst via de website van STORK.
Klik op
(niet meer beschikbaar)
om direct naar het formulier te gaan, waar
telgegevens kunnen worden ingevoerd. Dit kan door iedereen worden gebruikt, een eigen
e-mailadres is niet nodig.
-
Een tweede mogelijkheid is het sturen van een e-mail.
Het adres voor de wintertelling 2012 is:
(niet meer beschikbaar)
-
Als derde mogelijkheid zal STORK telefonisch bereikbaar zijn.
Het nummer is
(niet meer beschikbaar)
Evenals
vorig jaar zijn we weer erg benieuwd
naar het aantal overwinterende ooievaars
in Nederland. Daarnaast willen we heel
graag weten waar deze ooievaars
zich ophouden en welke ooievaars het
zijn. Om hier meer inzicht in te
krijgen is het aflezen van ringnummers
belangrijk.
Tijdens
het telweekend (en daarna) houden we u
via deze bladzijde op de hoogte!