[home]    wintertelling > wintertelling 2012 


Wintertelling 2012
14 en 15 januari

tr>
Indeling van deze pagina: Een enerverend telweekend
  Record?
  De kaart van 2012
  Dubbeltelling
  Ringnummers
  Blijven of op trek gaan
  De telling in het nieuws
  Wintertelling 2012
  Tel de ooievaars - Prof. mr. Pieter van Vollenhoven
  Hoe kunt u uw telgegevens doorgeven?


Een enerverend telweekend

Het was een geweldig telweekend. Het weer werkte goed mee en de belangstelling voor de telling was enorm. We hebben in totaal 462 meldingen uit heel Nederland ontvangen. De meldingen zijn vooral gedaan via het meldformulier op onze website. Opvallend veel berichten zijn verstuurd vanaf een telefoon. Er zijn ook e-mails gestuurd met hier en daar foto's. Hiervan hebben we een aantal op deze pagina geplaatst.

Het aantal in Nederland overwinterende ooievaars dat is gemeld is 653. Dit is iets meer dan in 2011, toen werden er 592 gemeld. Het heeft ongetwijfeld te maken met de media-aandacht die voor de telling is geweest. Bij het publiek heeft het veel enthousiaste reacties opgeleverd. 
Maar er overwinteren ook meer ooievaars, omdat er in 2011 meer ooievaars in Nederland hebben gebroed. En daardoor zijn er juist ook meer ooievaars op trek gegaan.

 

Den Haag  

Record?

Op verschillende plekken in het nieuws is het woord 'record' gebruikt, omdat het aantal overwinterende ooievaars niet eerder zo groot was. Eerlijk gezegd vinden wij het woord record niet passen bij deze telling. We streven namelijk niet naar 'zoveel mogelijk'. Meer is niet per definitie beter. Bovendien zou men de conclusie kunnen trekken, dat er meer ooievaars hier blijven en dat er dus minder op trek gaan. En dat is nu net wat er niet klopt: Er zijn namelijk ook meer ooievaars op trek gegaan. En dat komt door het feit dat er meer broedende ooievaars zijn geweest dan het vorige jaar.
Iets meer dan 60 % van de broedvogels vertrekt uit Nederland en iets minder dan 40 % blijft. Het percentage trekkende ooievaars neemt zelfs langzaam toe en het percentage blijvende ooievaars neemt juist langzaam iets af. Dat is dus precies tegenovergesteld aan de eerste conclusie!

Globale verdeling over het land:

  Noord-Nederland: 252  
  Oost-Nederland, inclusief IJsselstreek: 69
  Midden-Nederland, inclusief Het Gooi en grote rivierengebied: 159
  West-Nederland: 133
  Zuid-Nederland: 40


[terug naar boven]


De kaart van 2012

Als u de kaart van 2012 vergelijkt met de kaarten van 2010 en 2011, dan ziet u veel meer stippen staan. De spreiding is groter.
Door de zachte winter tot nu toe, kunnen de ooievaars zich goed redden. Er is voldoende natuurlijk voedsel te vinden en veel ooievaars zijn daarom gezien in de buurt van hun broedplaats.
De grotere concentraties waren te vinden in het Reestdal bij Meppel (167), in de buurt van het Gelderse Rossum (maximaal 21), in Akmarijp (35), omgeving Gorssel (35), Zegveld (14), omgeving Ankeveen (maximaal 20), Lelystad (25), Hilvarenbeek (12), Den Haag (30) en Sluis (10). Op een aantal van deze plekken worden de ooievaars in de winter bijgevoerd.
In de Haagse groep zitten broedvogels uit Den Haag, Delft, Voorburg, Leidschendam, Zoeterwoude en Wassenaar. De ooievaars in het Reestdal komen voor een klein deel uit de directe omgeving, maar er zitten ook veel ooievaars bij uit het noorden van het land.

[terug naar boven]

 

Dubbeltelling

Bij een telling als deze loop je natuurlijk het risico van dubbeltellingen. De ooievaars langs de A13 bij Delft, zijn door veel mensen gemeld en dat geldt ook voor twee ooievaars bij Olst.
Er zijn vast en zeker ook enkele ooievaars niet gezien. Ook dit jaar werden grote zilverreigers soms voor ooievaars aangezien.
Door de meldingen goed met elkaar te vergelijken en soms navraag te doen, hebben we de dubbelen er zoveel mogelijk uitgehaald. Uiteindelijk heeft het een vrij nauwkeurig beeld opgeleverd van het aantal overwinterende ooievaars.


  Lemelerveld

[terug naar boven]

 

Ringnummers

Op verschillende plekken zijn ringnummers afgelezen, onder andere in Den Haag, bij ooievaarsstation De Lokkerij en in Schoonrewoerd. Ook vanuit Lemelerveld, Amsterdam, Uithoorn, Losser, Glimmen, Eernewoude, Rotterdam, Leusden, Groessen, Vriezenveen, Kortenhoef, Gennep, Beugen en Nederhorst den Berg zijn er ringnummers doorgemeld .

Er zijn in totaal 150 ringen afgelezen, bijna
25 % van het totaal. Er zaten 140 Nederlandse ringen bij en 10 buitenlandse: Duitsland (4), België (5) en Spanje (1).



In het volgende overzicht ziet u de leeftijdsopbouw van deze ooievaars (geboortejaar en aantal):

1980 3   1988 3   1996 7   2004 10  
1981 1   1989 5   1997 6   2005 12  
1982 0   1990 6   1998 4   2006 10  
1983 0   1991 5   1999 10   2007 3  
1984 2   1992 6   2000 4   2008 4  
1985 3   1993 9   2001 5   2009 1  
1986 4   1994 6   2002 15   2010 0  
1987 1   1995 3   2003 5   2011 0  

Er zijn niet veel oude ooievaars gemeld, van deze groep zijn er niet veel meer in leven. Verreweg de meeste ooievaars zitten in de leeftijdscategorie van 5 tot 11 jaar. Bijna alle getelde ooievaars zijn in alle vrijheid geboren, maar ze toch hebben 'besloten' om in de winter niet weg te trekken. Deze 'beslissing' is niet afhankelijk van de leeftijd. Andere factoren spelen een rol. Ooievaars zijn opportunistisch, ze passen zich makkelijk aan en zoeken de nabijheid van mensen. Er zijn grote individuele verschillen in (trek)gedrag en wellicht is dat juist een voordeel voor de soort. Op trek gaan is een gevaarlijke onderneming. Van alle jonge ooievaars die op trek gaan, overleeft slechts ongeveer 15 %. Blijven kan ook gevaarlijk zijn. Is de winter zacht, dan zijn de blijvers in het voordeel. Maar is de winter streng en lang, dan zijn de trekkers beter af. Voor de overleving van de soort is het een voordeel om de beide mogelijkheden te benutten en dit lijkt voor de ooievaars van toepassing te zijn.

[terug naar boven]
 

Blijven of op trek gaan

Zachte winters maken overwinteren in Nederland goed mogelijk. In het verslag van de wintertelling van 2011 hebben we ook al geschreven over de redenen om wel of niet op trek te gaan.
Wilt u dit nog eens lezen, klik dan op onderstaande tab. De tekst rolt uit en u kunt het ook weer sluiten, door op dezelfde tab te klikken.

 

 

  Nijkerk

Redenen om niet op trek te gaan      (Klik op deze balk om te openen en te sluiten)

(uit verslag Wintertelling 2011)

Er wordt veel gezegd en geschreven over de redenen waarom ooievaars niet op trek gaan. Vaak wordt gesteld dat ooievaars op trek moéten gaan, maar is dat wel zo?

Van alle leeftijden
Soms wordt verondersteld dat het juist de oudere vogels zijn die overwinteren, vogels die ooit uit gevangenschap zijn vrijgelaten. Dit blijkt niet het geval te zijn. Er zijn nog maar weinig ooievaars in leven die uit kooien zijn vrijgelaten. Uit ringaflezingen blijkt dat de groep overwinterende ooievaars bestaat uit vogels van alle leeftijden. Je zou kunnen zeggen dat er binnen iedere leeftijdsgroep vogels zijn die op trek gaan en vogels die blijven.

Klimaat en risicospreiding
Ooievaars uit de binnenlanden van Oost-Europa hebben geen keus. De winters zijn zo extreem dat op trek gaan de enige manier van overleven is. In Nederland is het klimaat veel milder. Vaak zijn de winters zo zacht, dat het heel goed mogelijk is om de winter te overleven. Mogelijk kiezen ooievaars daarom voor overwintering in Nederland.
Op trek gaan is risicovol, maar niet op trek gaan kan ook gevaarlijk zijn, als koude winters lang aanhouden. Wanneer binnen een soort een deel van de populatie wel op trek gaat en een deel niet, dan zou je het kunnen zien als risicospreiding. Wellicht is dit op ooievaars van toepassing.


Effect van bijvoeren
Als de winter streng is en de ooievaars zijn gebleven, dan ligt het voor de hand dat mensen gaan bijvoeren. Daar is niets op tegen, zou je zeggen, hetzelfde wordt immers gedaan met vogels in de tuin. Wie hangt er niet een vetbolletje op?
Toch kan er bij ooievaars een probleem ontstaan. Jonge ooievaars gaan normaalgesproken allemaal op trek. Er zijn af en toe achterblijvers. Soms is het verklaarbaar, het zijn bijvoorbeeld hele late jongen die, toen ze eigenlijk weg moesten, lichamelijk nog niet zover waren.
Vaak is de oorzaak het bijvoeren. Wanneer royaal wordt bijgevoerd in de tijd dat de jongen op trek moeten (vanaf begin augustus), ervaren ze geen dreigende voedselschaarste. De drang om daadwerkelijk op trek te gaan is te gering. Het gevolg kan zijn, dat ooievaars blijven en afhankelijk worden van mensen, terwijl dat niet nodig was geweest. Ook tijdens deze wintertelling zijn er afhankelijke overwinterende ooievaarsgezinnen gemeld.
Bij de (voormalige) ooievaarsstations wordt hier rekening mee gehouden. Er blijven daar dan ook maar zelden jonge ooievaars achter.

[terug naar boven]

De telling in het nieuws

De pers-belangstelling voor de wintertelling was enorm. Vroege Vogels, het Jeugdjournaal, het Radio 1 programma Met het oog op morgen en verschillende lokale radio- en televisiezenders hebben aandacht besteed aan de ooievaarstelling. Ook de nodige kranten hebben erover geschreven.
In het overzicht vindt u alle publicaties die bij ons bekend zijn, met de mogelijkheid om de verschillende uitzendingen te bekijken, te beluisteren of te lezen.
Mochten we nog meer nieuwsitems op het spoor komen, dan zullen we die toevoegen.

 

Opnames TV West, Den Haag   



Opnames Jeugdjournaal, Reestdal

[terug naar boven]
 

Rotterdam

 

 

 

 

 

 

 

                                                     Rottum

 

 

 

 

 

 


 


[terug naar boven]
 

WINTERTELLING 2012


Iedere winter proberen we een beeld te krijgen van de ooievaars die overwinteren. Welke ooievaars zijn het, waar verblijven ze hoeveel zijn het er? Daarom organiseren we in de wintertijd een telling. We vragen dan zoveel mogelijk mensen om hun waarnemingen van ooievaars aan ons door te geven.
De wintertelling van 2012 wordt gehouden in het weekend van
14 en 15 januari
.

Dat Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven een natuurliefhebber is, wisten we al. Hij draagt ook de ooievaars en STORK een warm hart toe. Daarom heeft hij ons geholpen en een aanbeveling geschreven om een ieder uit te nodigen om mee te helpen tellen! Daar zijn we erg blij mee en we danken de heer Van Vollenhoven voor zijn spontane en enthousiaste hulp. Natuurlijk hopen we dat velen gehoor geven aan zijn oproep.

In 2011 is op veel plaatsen een lokale telling georganiseerd door ooievaarsstations, vogelwerkgroepen of andere natuurorganisaties. Dat heeft veel informatie opgeleverd over de overwinterende populatie. We nodigen iedereen, alleen of samen met anderen, van harte uit weer zulke initiatieven te nemen. En mocht het koud zijn: Een kop erwtensoep of een beker warme chocolademelk, ooievaars in de kijker en uw dag is helemaal goed!

[terug naar boven]

 

"Tel de ooievaars"


Op 14 en 15 januari 2012 wordt de landelijke wintertelling georganiseerd van de ooievaars in ons land. Natuurlijk keek ik altijd naar ooievaars. Het is toch fantastisch om niet alleen zo′n vogel te zien vliegen, maar ook om hem of haar in een weiland te zien staan. Maar tellen, daar heb ik eerlijk gezegd nog nooit aan gedacht.

Tot ... totdat ik vorig jaar heel onverwacht een zwarte ooievaar ben tegen gekomen, die zeer vermoeid op een bospad op de Veluwe in slaap was gevallen. Ik maakte snel een foto en op de ring stond T188 geschreven. Via Nico de Haan ben ik bij STORK terecht gekomen. Daar wist men te achterhalen dat deze ooievaar in Mecklenburg (in Duitsland) was geboren.
Na mijn melding is van de zwarte ooievaar niets meer vernomen en misschien komt hij pas na 2 of 3 jaar weer terug uit Afrika.

Door deze ontmoeting is mijn belangstelling om te gaan tellen aanzienlijk toegenomen.
Mijn verzoek is dan ook:
"Tel mee en draag bij aan de ooievaarspopulatie in Nederland!"


Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven
Beschermheer Vogelbescherming Nederland

[terug naar boven]

Hoe kunt u uw telgegevens doorgeven? (toegevoegd op 27 december 2011)

De wintertelling van 2012 komt nu snel dichterbij.  Misschien heeft u zich al afgevraagd, hoe u de telgegevens kunt doormelden. Dit kan op verschillende manieren:

  • Allereerst via de website van STORK.
    Klik op
    (niet meer beschikbaar) om direct naar het formulier te gaan, waar telgegevens kunnen worden ingevoerd. Dit kan door iedereen worden gebruikt, een eigen
    e-mailadres is niet nodig.

  • Een tweede mogelijkheid is het sturen van een e-mail.
    Het adres voor de wintertelling 2012 is:
    (niet meer beschikbaar)

  • Als derde mogelijkheid zal STORK telefonisch bereikbaar zijn.
    Het nummer is
    (niet meer beschikbaar)

Evenals vorig jaar zijn we weer erg benieuwd naar het aantal overwinterende ooievaars in Nederland. Daarnaast willen we heel graag weten waar deze ooievaars zich ophouden en welke ooievaars het zijn. Om hier meer inzicht in te krijgen is het aflezen van ringnummers belangrijk.  
Tijdens het telweekend (en daarna) houden we u via deze bladzijde op de hoogte!

 

 
 

[terug naar boven]