overwinteringwintertelling 2019wintertelling 2020 | wintertelling 2021 | wintertelling in het nieuws


Wintertelling  16 en 17 januari 2021

 

Veel waarnemers, veel ooievaars
Laten we beginnen met het resultaat: Meer dan 950 melders hebben 991 verschillende ooievaars gezien en gemeld.

Het aantal ooievaars dat tijdens het telweekend is gemeld, is daarmee vergelijkbaar met vorg jaar. Toen werden er 996 gemeld. Het grootste succes zit in het aantal melders. Het is echt geweldig dat zoveel mensen ooievaars hebben waargenomen en gemeld.

Dank aan de media
Tussen al het serieuze nieuws van de afgelopen tijd, paste het nieuws van de Wintertelling kennelijk goed als een wat lichter onderwerp. De landelijke zenders Radio 1, Radio 2, 3FM en Radio 4 hebben het nieuws opgepakt en de oproep gedaan om mee te tellen. Het NOS Jeugdjournaal had er wat zendtijd voor over en ook regionale omroepen, zoals RTV Drenthe, hebben er leuke items van gemaakt.
Waarneming.nl heeft ons weer geholpen met een oproep en een gemakkelijke invoermogelijkheid op hun website.
Dit heeft er allemaal aan bijgedragen, dat veel mensen van de telling wisten.

Dubbel geteld?
Veel ooievaars zijn vaker dan één keer gemeld. Vooral de groep aan de noordkant van Utrecht is heel veel gemeld in subgroepen van allerlei grootte. Ook een paar langs de A20 bij Moordrecht is door veel mensen gezien en gemeld. Uiteraard hebben we de dubbeltelling eruit gehaald. Een ooievaar die 15 keer wordt gemeld blijft natuurlijk één ooievaar.

Grotere groepen bij afvalverwerkingslocaties
Er zijn vanuit alle provincies meldingen gekomen. De ooievaars zaten tijdens deze telling verspreid over het land, er kwamen veel meldingen binnen van één of twee ooievaars. Er zijn ook wel wat grotere groepen gemeld op de bekende plekken van voorgaande winters. De grootste groep (159) verblijft in het Reestdal, op de grens van Drenthe en Overijssel. Een andere grote groep (73) is geteld ten noorden van Oss. Ooievaars zoeken in de winter geregeld plekken op waar afval verwerkt of gestort wordt. Dit is het geval bij Oss, Tilburg, Barneveld, Wijster en Utrecht. Dit gedrag van ooievaars is bekend. Tijdens de trek en in de winter zijn vuilstortplaatsen in Zuid-Europa belangrijke pleisterplaatsen. Waar steeds afval wordt aangevoerd, kunnen ooievaars gemakkelijk insecten en muizen vinden.

Een bijzonder paar
De oudste twee ooievaars die tijdens deze telling zijn afgelezen en gemeld zijn beide geboren in 1985. Ze vormen al sinds 1988 een vrijvliegend broedpaar bij ooievaarsstation De Lokkerij (De Schiphorst, Drenthe). Ze bereiken dit jaar de respectabele leeftijd van 36 jaar. Zelfs vorig jaar nog hebben ze een broedpoging ondernomen en een ei gelegd. Het heeft geen nakomelingen meer opgeleverd.

Wilt u meer lezen over overwintering? Kijk dan hier.



Trekvogel of niet?
Van oudsher wordt de ooievaar beschouwd als trekvogel. Het is een vogelsoort die buiten de broedtijd het broedgebied verlaat, omdat voedseltekort dreigt. Het stapelvoedsel voor ooievaars bestaat uit regenwormen. Daarnaast staan insecten, slakken en soms muizen en mollen op het menu. In de winter, wanneer de bodem bevroren is, zijn deze prooien onbereikbaar. Toch zien we in de winter ooievaars in ons land. Hoe overleven zij? Is er iets veranderd?

Telling
Om hier meer inzicht in te krijgen, organiseert STORK jaarlijks in januari een wintertelling. We proberen in beeld te brengen hoeveel ooievaars er overwinteren in eigen land, waar ze zich ophouden en wie het zijn.
 
Teruglezend in oude informatie kom je tot de ontdekking dat ook in de periode van vóór het herintroductieproject er ooievaars in eigen land overwinterden. Er zijn toen geen tellingen uitgevoerd om vast te stellen hoeveel ooievaars dat waren. Die telling voeren we nu wel al zo’n twintig jaar uit. In combinatie met het ringonderzoek, heeft dat heel interessante informatie opgeleverd over het trekgedrag van de ooievaar.

> Lees meer hierover in 'Ooievaars op trek ... of niet?'

 

 

De voorgaande jaren

Tijdens de wintertelling van 2018 werden 650 ooievaars gezien. In 2019 was het aantal met 547 weer lager. In 2020 werden er juist veel gezien, 996!
Hieronder een overzichtje vanaf 2010:

2010 497
2011 592
2012 653
2013 579
2014 523
2015 668
2016 750
2017 553
2018 650
2019 547
2020 996
2021 991

Belangstelling voor de telling van de media > De wintertelling in het nieuws


Wintertelling 2021


 

Het moment is weer aangebroken om ooievaars
te tellen!

Dik Trom keek bezorgd naar het ooievaarsnest naast de boerderij van zijn ouders. Hij zag nog maar één ooievaar, de andere drie had hij al meer dan een week niet waargenomen. Het was een van de jongen die hier in het voorjaar waren geboren.
Dik was ongerust. Hij had al net zo’n groot hart voor dieren als zijn beroemde overgrootvader, die in hetzelfde dorp was geboren en waar zoveel boeken over waren geschreven. En nu was hij bang dat Stork, zoals hij het jong altijd noemde, alleen zou achterblijven.
Diks moeder kwam naar buiten.‘Wat kijk je triest?’ ‘Alle ooievaars zijn al vertrokken naar het zuiden, maar Stork wil maar niet weg. Misschien kan hij niet zo goed vliegen. Hij zal zich eenzaam gaan voelen als hij hier blijft.’ ‘Maar weet je dan niet dat er tegenwoordig ook veel ooievaars in Nederland overwinteren omdat het klimaat verandert?’ ‘Misschien, maar waar zijn ze dan? De rest van Storks familie is vertrokken. En hoeveel blijven er hier in de winter? Dat zou ik wel eens willen weten, dan hoeft Stork zich niet zo eenzaam te voelen.’

Ton van der Lee

Wil je helpen Diks vragen te beantwoorden? Doe dan mee aan de wintertelling van 2021!

Dit verhaaltje werd geschreven door Ton van der Lee, de achterkleinzoon van C. Joh. Kieviet die de beroemde Dik Trom boeken schreef. Van der Lee publiceerde drie boeken over de Nieuwe Dik Trom. Hij woont in Portugal, waar veel ooievaars broeden en overwinteren.