overwintering | wintertelling 2024 | wintertelling 2023wintertelling 2022 | wintertelling in het nieuws

 

Wintertelling  20 en 21 januari 2024:

 

Na vorst komt … de wintertelling


Het telweekend is voorbij, tijd om de balans op te maken.
Laten we maar met de deur in huis vallen. Tijdens het weekend van 20 en 21 januari 2024 zijn in totaal 953 verschillende ooievaars gemeld. Dat is iets meer dan tijdens de vorige wintertelling (januari 2023), toen werden er 915 gemeld.

Vorst

De omstandigheden verschillen van jaar tot jaar. Tijdens de vorige telling hadden we te maken met een zachte winter, dit jaar ging er een vorstperiode vooraf aan de telling. Tijdens het telweekend was die net op zijn retour, maar het bleek wel invloed te hebben op de resultaten.

In zachte winters blijven ooievaars, die in eigen land overwinteren, vaak in de buurt van het nest. Ze kennen de omgeving en weten waar voedsel te vinden is. Als de grond bevroren is, of er ligt sneeuw, dan verandert dat. Dan moeten ze op zoek naar plekken waar meer voedselzekerheid is. De laatste winters zijn plekken waar afval wordt verwerkt, steeds meer in trek. We kennen dit verschijnsel al langer vanuit het buitenland, waar ooievaars en andere trekvogels de vuilstortplaatsen als pleisterplaats gebruiken.

Meer en grotere concentraties

Er zijn verschillende grote concentraties gemeld, de meeste in de buurt van bedrijventerreinen en locaties waar afval wordt verwerkt. Aan de noordkant van Oss is een grote groep van maximaal 106 ooievaars gemeld. Ze zijn te vinden bij bedrijventerrein Elzenburg en het gebied ten noorden ervan.
Een andere groep van maximaal 127 ooievaars overwintert in het Reestdal, aan de oostkant van Meppel. Hier is geen bedrijventerrein in de buurt, wel een ooievaarsstation.
Een derde grote groep van 77 tot 100 ooievaars is gezien aan de noordkant van Utrecht, globaal het gebied tussen Oud Zuilen en Westbroek. Het grenst aan de zuidwestkant aan bedrijventerrein Lageweide. Vlakbij Apeldoorn ligt afvalverwerkingsbedrijf Attero Wilp. Ook hier is een grote groep gezien van maximaal 60 ooievaars.

Bij Tilburg (De Spinder) zijn tenminste 50 ooievaars waargenomen en dit jaar werd voor het eerst ook bij de VAM in Wijster een groep van 40 gemeld.
Opvallend was ook een groep van 22 in Pernis, middenin het havengebied van Rotterdam.
Verder zijn er kleinere groepen gezien bij Barneveld (omgeving bedrijventerrein Harselaar), Zijderveld, Schiedam, Den Haag en Veenendaal.

Waar?

Op het verspreidings-kaartje is te zien in welke blokken van 5 x 5 kilometer ooievaars zijn gemeld. Donkerder betekent meer ooievaars.

Dit kaartje bevestigt het beeld, dat er meer concentraties zijn gemeld en minder ‘losse’ ooievaars.
Dit jaar werden in 213 van deze 5-kilometerblokken ooievaars gemeld. Dat is beduidend minder dan de 261 in 2023.

Trends

De wintertelling wordt al heel wat jaren uitgevoerd. De eerste was in 1995 en vanaf 2001 jaarlijks. De telling van januari 2024 is dus de 24e op rij en met 1995 erbij de 25e telling.

Uit eerdere tellingen en aflezingen van ringnummers, weten we dat de overwinterende groep vrijwel volledig uit broedvogels van het afgelopen broedseizoen bestaat. Soms blijft een eerstejaars jong achter. Vaak is dan een oorzaak aan te geven. Het heeft bijvoorbeeld in een opvang gezeten of is van een heel laat broedsel.
Er zitten ook ooievaars bij uit de ons omringende landen. Soms zijn deze op trek en blijven ze in Nederland overwinteren, maar de meeste blijken broedvogel in Nederland te zijn. De getallen gaan dus over volwassen ooievaars, die bijna allemaal in 2023 broedvogel zijn geweest in Nederland.

In onderstaande grafiek zijn de resultaten te zien:

De groene kolommen geven het geschat aantal broedparen aan. De laatste kolom in de grafiek is het jaar 2023. In die laatste kolom staat het aantal overwinteraars van januari 2024, omdat de telling van 2024 volgt op en hoort bij broedseizoen 2023.

De blauwe lijn geeft het aantal gemelde overwinteraars aan. Deze lijn is lang rond de 500 blijven schommelen en vanaf ongeveer 2010 is gemiddeld een lichte stijging te zien. De lijn verloopt ook wat grillig. Op het laagste punt (wintertelling januari 2019, volgend op broedseizoen 2018) waren de weersomstandigheden zodanig dat er veel minder mensen geteld en gemeld hebben. Toch is de trend duidelijk.

De oranje lijn geeft aan welk percentage van het aantal broedvogels heeft overwinterd. En dan zie je een lijn die hoog begint, 90 % in 1995, en vanaf 2005 schommelt tussen 30 en 40 %. Kijk je alleen naar de laatste vier jaren, dan valt de dalende lijn op. Ofwel: Een kleiner wordend deel van de broedvogels blijft in Nederland. Voor de tweede keer op rij zit dit percentage op 30 %. Dat betekent ook dat een groeiend deel van de broedvogels op trek gaat.

Tot slot

In alle provincies zijn ooievaars gezien en ruim 600 melders hebben waarnemingen doorgegeven. Heel waardevol, alleen dankzij al deze melders is een telling zoals deze mogelijk. Veel dank daarvoor.
Ook veel dank aan Waarneming.nl en Sovon voor het beschikbaar stellen van hun middelen en kennis.



Wintertelling 2024


Mediabelangstelling voor de telling
> De wintertelling in het nieuws